Geschiedenis
De landjes in de Wimmenummerduinen
Lees hier ons verhaal
De landjes in de Wimmenummerduinen
Op uw wandeling door de noorderduinen van Egmond zult u zich verbazen over de aanwezigheid van het grote aantal kleine akkertjes, landjes, in de duinvalleien. Dit zeedorpenlandschap kwam vroeger ook voor bij vissersdorpen als Scheveningen, Zandvoort en Wijk aan zee, maar is alleen bij Egmond in min of meer oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Een korte beschrijving van het ontstaan en de belangrijkste onderdelen van deze negentiende-eeuwse ontginningen geven u inzicht in de cultuurhistorische waarde van het gebied.
Een hemels geschenk
De ontginning van de duinlandjes is direct verbonden met de komst van de aardappel. Na de Gouden Eeuw was het gedaan met de welvaart en kwamen na misoogsten van het graan regelmatig hongersnoden voor. De zetmeelknol uit Zuid-Amerika bleek “een hemels geschenk dat de hongersnood kon oplossen”. Het gewas bleek zelfs op schraal duinzand goed te groeien en als zomervrucht had zij minder last van slecht weer en hoog grondwater. Eindelijk kon de wildernis die het duingebied vormde en tot dan toe het verarmde vissersdorp slechts instuivend zand, konijnen, bramen en wat stookhout had opgeleverd, benut worden.
“Helm en stront” is het wapen van Egmond
De duinvalleien rondom het dorp hebben zo omstreeks 1850 een ware gedaanteverwisseling ondergaan. Er werden honderden aardappellandjes ontgonnen. Door het terzijde spitten van de uitgeputte bovenlaag kwamen de landjes steeds dieper te liggen, tot aan één steek boven het gemiddelde winterpeil. Als mest diende visgroom (visafval) en de inhoud van het poeptonnetje die, vermengd met ruigte uit de duinen in het achtertuintje werd opgespaard. Na het uitbreken van de aardappelziekte in 1847 bleken de “duinpiepers” minder vatbaar voor Phytophtora. Ook werd de smaak en de kruimigheid zeer gewaardeerd, zodat het dorp nu, naast vis en schelpenkalk, ook duinaardappelen aan het achterland kon leveren.
Ontwatering
In natte jaren was het nodig de duinvalleien te ontwateren. Opvallend is dat de ontwateringsgreppels richting de zeereep zijn gegraven. Dat heeft te maken met de bolle grondwaterspiegel die naar zee afloopt.
De veldnamen
Veel dallen zijn vernoemd naar hun ontginner of gebruiker: Jan Dirk zijn Dal, Jan Rijnes Dal. Andere verwijzen naar de vochtige omstandigheden ter plaatse: het Zwanenvlak, het Starrevlak (sternenvlak). Een derde groep omvat namen van verre streken zoals Transvaal, Amerika, Kroonstad of de Krim. Opvallend is hierbij dat het namen zijn die juist in de ontginningsperiode een belangrijke plaats in het wereldnieuws innamen. De valleien die deze namen dragen liggen ook ver van het dorp af.
Natuurlijke en sociale waarden

De genoemde landschapselementen, het landgebruik en de veldnamen vormen een waardevol cultuurhistorisch geheel. Maar ook de natuur heeft zich hier op een eigen manier ontwikkeld. De ontginningen, de betreding en de begrazing van geiten, paarden en koeien zorgden voor specifieke groeiplaatsen van de zogenaamde zeedorpenflora.

De bijna 340 pachters van de landjes, verenigd in Duinlandjesvereniging “De Noord”, vinden op hun landje een heerlijke vrijetijdsbesteding. Maar het is ook de plek waar zij de sfeer van het oude vissersdorp Egmond nog levend houden. “De Noord” stelt zich ten doel om, in samenwerking met het PWN, door middel van een gericht beheer het voortbestaan van het zeedorpenlandschap te verzekeren. Zij heeft hiervoor in 2007 de cultuurprijs van Egmond mogen ontvangen.

Een plezierige wandeling in ons mooie duingebied!